Op dinsdag 20 november hebben we Pietengym gehad. ’s Ochtends gebeurde er iets bijzonders, want er kwamen 2 Pieten naar ons lokaal met een grote envelop, met
kleinere enveloppen erin met Pietenplaatjes.

Afgelopen maandag kwam juf Heinie de post brengen en daar zaten weer enveloppen in met Pietenplaatjes. Zo kunnen we ruilen en zorgen dat ons leesplankje gevuld wordt.
We zijn nog steeds aan het oefenen hoe we het alfabet in de goede volgorde kunnen
opzeggen (niet als liedje) en schrijven in de juiste blokletters voor fase 6 en schrijfletters
voor fase 7.
Voor fase 6 zijn we de rekenfamilies van 1 t/m 20 zowel + als - steeds iets beter en dus sneller aan het automatiseren.

0+7=7
1+6=7
2+5=7
3+4=7
4+3=7
5+2=7
6+1=7
7+0=7
De rekenfamilie van 7 is:

 

Ook hebben we het dagelijks over de vriendjes van 10 en van 100 en redactiesommen. Vraagt uw kind wel eens naar rekensommetjes, dan kunnen bovenstaande vaardigheden geoefend worden. Op de site van redactiesommen.nl kan de groep en het niveau worden aangegeven en digitaal gratis geoefend worden.

De kinderen zijn erg enthousiast over de boeken die we vanuit de bibliotheek hebben meegenomen. Ze worden onderling geruild en zorgt weer voor andere invalshoeken t.a.v. het lezen.
Bent u benieuwd naar het leesniveau van uw kind, dan kunt u dit bij de leerkracht navragen, zodat u op het juiste niveau thuis met uw kind aan de slag kan.

Voor spelling zijn we inmiddels wat leerdoelen aan het herhalen.

Denk hierbij aan:
Weetwoorden met ei, zoals: het ei, de trein, het plein, klein, het meisje, de klei, de reis, de dweil.

Klankwoorden met klinkers en medeklinkers, zoals: de vaas, de boot, de doos, ik eet, de
muur, de jas, ik mag, het net, ik wil, het hok, de brug.

Klankwoorden met sch~, zoals: de schaar, de school, de schat, het schip, de schelp, de schaats.

Weetwoorden met ij, zoals: het ijs, de rij, de lijst, jij bent, hij is, zij is, wij zijn, kwijt.
Klankwoorden met tweetekenklinkers, zoals: het wiel, het boek, de ui, de muis, de neus, de deuk.
Klankwoorden met twee medeklinkers achter elkaar, zoals: de bloem, de droom, het glas, de krant, de prik, de smaak, de kast, de fiets, de wesp, de rups.
Klankwoorden met ng, zoals: bang, jong, de ring, de slang, de tong, het ding, ik zing, vangen, de vangst, de vinger.
Klankwoorden met nk, zoals: de bank, ik drink, de plank, de enkel, links, de boot, zonk.
Weetwoorden met ou, zoals: het hout, de fout, de kous, de vrouw, het zout, het touw, stout, bouwen.
Klankwoorden met aai, oei en ooi, zoals: de haai, ik zwaai, ik roei, ik groei, de kooi, nooit.
Klankwoorden op ~en, ~er, ~el, ~em en ~e, zoals: de boeken, de keuken, de tijger, de vlinder, de sleutel, de spiegel, de bliksem, stiekem, het meisje, de lente, de korte broek, een lange rij.
Weetwoorden met au, zoals: de pauw, blauw, flauw, gauw, nauw, de klauw, de saus, au!
Klankwoorden met ge~, be~ en ver~, zoals: het gebak, het gevaar, het geluk, het gezicht, ik betaal, ik begin, ik beweeg, ik beloof, het verhaal, het verdriet, het verschil, ik vertrek.

 

Zet u vast in uw agenda dat we op 17 december gaan schoolschaatsen met fase 6/7 &
8/9. Informatie hierover volgt.